Esther van der Wallen

We spreken af in het EYE waar Esther van der Wallen mij haar werk zal tonen. Ze schreef me benieuwd te zijn naar wat ik ervan zou vinden en dus spreken we af. Een dergelijke ontmoeting maakt me altijd gelukkig, vooral als de kunstenaar, die ik van social media kende, zo actief is als zij.

Zoals bij veel kunstenaars is ook van der Wallen’s - voornamelijk zwart-wit -fotografie sterk verweven met haar persoonlijke leven: dat van een gedreven, zelfstandige vrouw die – niet zonder struggle - haar eigen weg heeft gevonden en haar carrière begon met een serie foto’s van haar zelf ‘om los te komen van mijn verleden’ zoals ze het zelf verwoordt. We raken in een geanimeerd gesprek en ze vertelt dat ze al al jaren met haar vriend in Den Haag woont, dat ze samen ieder jaar een paar dagen naar Berlijn gaan (‘zo inspirerend’) en dat ze ervan houdt om naar vrouwen te kijken. Iets dat we - en ik denk met vele anderen - delen.

Van der Wallen is gefascineerd door het vrouwelijk lichaam en geïnteresseerd in het fotograferen van vrouwen die zich vrij wanen van ‘die keurende blik van de ander’. Of die er nu daadwerkelijk is of alleen maar een illusie. Ze fotografeert vrouwen zoals ze zich graag aan zichzelf tonen: thuis voor de spiegel, de plek bij uitstek om uit te proberen hoe je jezelf het liefst ziet, of hoe je zou willen dat anderen je zien. Het resultaat kan erotisch of erotiserend zijn, maar alleen als gevolg van de interactie tussen haarzelf en het model. En ze voegt eraan toe: “Echte sensualiteit en erotiek laten zich niet dwingen, en zeker niet door een fotograaf. Dat mensen het wel ervaren in mijn werk komt niet voort uit een vooropgesteld plan van mijn kant maar is het resultaat van een wisselwerking tussen mij en mijn model. En ja, dan komt de sensuele - vaak verborgen - intieme kant van de vrouw vaak als vanzelf naar boven. Ze geven zich letterlijk bloot.”

Terwijl ik door haar fotoboeken blader valt me op hoeveel verschillende soorten (half-)naakte vrouwen - in alle soorten en maten, rangen en standen - ze voor de camera krijgt. Van der Wallen: “Ik ben een echte post-Me Too fotograaf in de zin dat ik mijn modellen niet intimideer of manipuleer vanuit mijn positie als fotograaf. Ik wil hen juist op hun gemak stellen, zodat ze in hun kracht komen te staan. Daar zit mijn uitdaging.” En ze vervolgt: “Veel van mijn modellen zijn onzeker over hun uiterlijk en tegelijkertijd trots op bepaalde onderdelen ervan, zoals hun billen of hun benen, en daarom willen ze die juist laten zien. Die bevrijding van, laten we zeggen, het kritische oog van een partner of de vooroordelen en clichés in de media, maakt dat ze bij zichzelf blijven en graag tonen waar ze trots op zijn.”

De verhalen van de dames die ze fotografeert - en die haar vaak zelf benaderen - inspireren haar. Ze wil hen het gevoel geven dat er echt naar hen wordt geluisterd en dat ze hen begrijpt, zonder zich op te dringen. Ze legt uit dat de authenticiteit of oorspronkelijkheid waar ze als fotograaf naar op zoek is voorbijgaat aan thema’s als schaamte en twijfel. En hoe ogenschijnlijk tegengestelde gedragingen en emoties zoals exhibitionisme en verlegenheid vaak dicht bij elkaar liggen en hoeveel vrouwen daarmee worstelen. Van der Wallen: “Ze willen hun verhaal kwijt, het met iemand delen zonder erin te blijven hangen. Vandaar dat verlangen om zich niet alleen verbaal maar ook voor de camera te bevrijden.”

Terwijl ik naar huis loop bedenk ik me dat we vooral hebben gesproken over fotografie en de zoektocht naar de vrouw als protagonist in plaats in plaats van als lustobject. Dat werpt een heel ander licht op erotiek en sexualiteit. En daarmee zet van der Wallen een stap in de toekomst, ver voorbij het Me Too tijdperk, en neemt ze ons mee naar een wereld waarin erotiek en mysterie niet langer verdacht zijn maar het resultaat van een gelijkwaardige relatie tussen twee mensen.  

Eén vóór en één achter de camera.

M.K. oktober 2018